De aanwezigheid van schadelijke stoffen, zoals pesticiden in de grond, in onze voeding en in de lucht die we inademen zou voor ieder een zorg moeten zijn. Waarom komt het toch steeds weer zover dat het voor te veel mensen te laat is? Enig besef is er vaak wel maar bewustwording van de ernst nauwelijks. Het woord bewustwording ligt tussen besef en gedragsverandering in. Daarom is het als voorbode van gedragsverandering zo belangrijk!
Wat we inademen, eten en drinken heeft invloed op ons lichaam. Chemische stoffen kunnen zich opstapelen en dat blijft niet zonder gevolgen. Soms merk je daar op korte termijn iets van, maar vaak gaat het juist om effecten die pas later hun uitwerking hebben. Denk bij het laatste aan gezondheidsklachten, of aan mentale kwetsbaarheid, zoals: aandacht- of geheugen problemen, hoofdpijn of zelfs hersenziektes.
Toch gaan we hier als mensen heel verschillend mee om. De één wil er liever niet te veel over nadenken en schuift het onderwerp voor zich uit. De ander gelooft simpelweg niet dat het zo’n vaart loopt. Ontkennen, bagatelliseren of relativeren; het zijn allemaal manieren om met een ongemakkelijke werkelijkheid om te gaan. Soms hoor je argumenten die eigenlijk niet zo sterk zijn, maar wel houvast bieden. Het idee dat het allemaal wel meevalt kan geruststellend zijn, met in het achterhoofd het besef dat de gedachte niet helemaal klopt.
Daarnaast speelt onzekerheid een grote rol. Wat staat ons precies te wachten? Hoe ernstig is het? En hoe snel gaat het? Omdat niemand dat precies weet, blijven veel mensen in twijfel. Dat maakt het lastig om echt in actie te komen. Ook een gebrek aan kennis helpt daar niet bij. Als je niet precies weet hoe het zit, is het makkelijker om het probleem te parkeren of om te denken: ‘ik zie nog wel hoe het loopt’.
Maar juist daar ligt ook een kans. Als we de situatie op een eerlijke en begrijpelijke manier in beeld brengen, zonder te overdrijven maar ook zonder het te verzachten, kan dat helpen om mensen in beweging te krijgen. Het gaat er niet om angst aan te jagen, maar om realistisch te zijn. Wat speelt er echt? Wat zien we al gebeuren en wat betekent dat voor ons dagelijks leven?
Door het verhaal net iets anders te benaderen, te “reframen”, kan er ook meer perspectief ontstaan. In plaats van alleen te focussen op wat er misgaat, kun je ook kijken naar wat we kunnen behouden en verbeteren. Het gaat niet alleen om zorgen te uiten, maar ook om kansen te zien: een gezondere leefomgeving, veilige voeding, en meer bewustzijn over hoe we met onze leefomgeving omgaan.
Uiteindelijk draait het om de vraag hoe we willen leven, nu en in de toekomst. Hoe zorgen we ervoor dat de omgeving waarin we leven ons niet langzaam ziek maakt, maar juist bijdraagt aan onze gezondheid en welzijn? Dat vraagt misschien om andere keuzes, maar het begint vooral met beter begrijpen wat er speelt en bereid zijn om daar iets mee te doen.